Volledige kroniek van de Nederlandse Soefi historie: Periode van 1915 tot 2016

1921

Hazrat Inayat Khan is inmiddels van Londen verhuisd naar Frankrijk waar hij met zijn familie in de buurt van Parijs is neergestreken, in het dorpje Suresne, vlak bij Bois de Boulogne. In dit jaar zal hij tweemaal naar Nederland reizen; zijn allereerste bezoek aan ons land[i] is van 1 tot 14 februari. Later dat jaar zal hij Nederland opnieuw aandoen van 1tot16 september.

In de loop van januari 1921 krijgt de Nederlandse Mevrouw Kerkdijk vanuit Zwitserland[ii] het verzoek onderdak te regelen voor een reizende Indiër. Ze vraagt de welgestelde Rotterdamse familie Willebeek Le Mair hun huis hiervoor open te stellen. Rabindranath Tagore had in 1920 reeds bij hen gelogeerd. In eerste instantie wordt dit verzoek afgewezen omdat genoemde familie bezig is met een aantal rondreizen door Europa. Ze zijn net terug uit Marokko en staan weer op het punt van vertrek. Wanneer Hazrat Inayat Khan met de mureed Corrie Smit vanuit Zwitserland in Rotterdam arriveert, vermoedelijk op 1 februari, is er niemand om hen af te halen. Hazrat Inayat Khan heeft in zijn zakboekje slechts het adres van de familie Willebeek Le Mair en komt zodoende uiteindelijk toch bij hen terecht. Saida, de dochter des huizes en latere echtgenote van Sirdar van Tuyll,  is dan nog een jonge vrouw van 21 jaar die bij haar ouders woont. De moeder van Saida had ooit een cursus gevolgd over de oude soefi dichters van Perzië en was zeer verheugd toen de bezoekende heer een soefi bleek te zijn.

Hazrat Inayat Khan’s eerste lezing in Nederland vond plaats in de Theosofische Loge van Rotterdam. Zijn volgende reizen brachten hem naar Den Haag, Amsterdam, Haarlem en Arnhem.[iii]

In deze laatste plaats wordt hij ontvangen door Baron van Tuyll van Serooskerken en/of Yusuf van Ingen. In het lustrumboekje van het centrum Arnhem lezen we:

“Je zou denken dat een oosters uitziende persoon met een zwarte baard in 1921 toch wel het eerst zou opvallen in het station van Arnhem. Toch had de man die hem in de schemer op het perron stond op te wachten, hem kennelijk over het hoofd gezien. Gelukkig was Hazrat Inayat Khan een ‘ziener’. Hij sprak als eerste hém tussen andere wachtenden aan: ‘Baron Van Tuyll?’ Het was de jonge baron H. van Tuyll van Serooskerken, die in Arnhem woonde. Hij nam de gast mee naar zijn villa aan de Velperweg 37. Volgens een andere versie van deze ontmoeting zou het Jonkheer E. van Ingen zijn geweest, die de plaats van Baron Van Tuyll innam, omdat deze verhinderd was. Dit zou eerder het niet-herkennen verklaren.” [iv]

Op deze eerste reis in Nederland werden vier mureeds gemaakt: Mejuffrouw Kerkdijk, de Heer van Ginkel, Sakina (Nekbaht) Furnee, de latere secretaresse van Hazrat Inayat Khan en de Heer Faerwerck (Frans Eduard Farwerck.[v])

Salima van Braam, een andere prominente mureed uit de begintijd,  ontmoette Hazrat Inayat Khan voor de eerste keer in 1921 tijdens zijn lezing in Arnhem, zoals gezegd een van de eerste plaatsen die Hazrat Inayat Khan in Nederland bezocht.[vi] Hazrat Inayat Khan geeft in Arnhem 2 lezingen onder de titels: ‘The Word that was Lost’ en ‘The Spirit of Guidance’. Deze lezingen zijn niet in steno opgenomen en daarmee verloren gegaan. Salima van Braam ging overigens in 1922 wéér naar een lezing van hem in Arnhem en zocht hem later dat jaar op in Engeland, waar hij een bezoek bracht aan de Engelse centra.

Ook een andere mureed, C.A. Wegelin, ontmoette Hazrat Inayat Khan tijdens zijn eerste rondreis in Nederland in 1921 toen hij in Nijmegen sprak. Murshid was daar op bezoek bij een bevriende familie. Wegelin vertelt dat zijn lezingen altijd werden geopend en afgesloten met enkele liederen waarbij Murshid zichzelf op de vina begeleidde. Later in september 1922 is Wegelin nog aanwezig op de korte zomerschool in Katwijk aan Zee. Ook bezoekt hij de zomerschool in Suresnes, waar hij te gast is in Fazal Manzil. [vii]

Het bezoek van Murshid aan Nederland wordt vermeld in de Sufism van mei 1921:

“From February 1st till 14th, the Murshid visited Holland for the first time. He went to seven [viii] different towns to bring people the first touch with his message. Four times he spoke in a Lodge of the Theosophical Society, once in an Exhibition-room, once in the outer-court of a Masonic Lodge, once in a Debating Society and once in a crowded church. He also spoke several times in private houses.
The Murshid found his journey had met with good ” results as a preparation and he felt his words were responded to with friendship and sympathetic welcome, also with , the most earnest seeking after truth. He liked the naturalness of the character of Dutch people and what interested him most was how even at the stations he was most kindly helped by everyone. He also enjoyed the hospitality he found everywhere. At most places Murshid had several private interviews, and he formed the circle of his first Dutch pupils. We sincerely hope that Murshid’s first impression of Holland will be a good one, and that it may prove to be a small country honestly wishing for spiritual light.”

Op 13 april 1921 wordt Sirdar baron van Tuyll van Serooskerken in Engeland door Hazrat Inayat Khan ingewijd als mureed.

Ondertussen vindt er in Engeland een belangrijke ontwikkeling plaats binnen de Soefi Beweging. Na een periode van experimenten met een vorm van Soefi eredienst, wordt op 7 mei de definitieve vorm van de Universele Eredienst geïntroduceerd.  De dienst wordt opgedragen in het toenmalige huis van Kefayat Lloyd, Tragunter Road 35, Londen, Engeland. Tot op de dag van vandaag is de Universele Eredienst een toonaangevende en tevens openbaar toegankelijke activiteit van vrijwel alle centra van de Soefi Beweging.

23 juni: Van Tuyll is aanwezig op een vergadering van de Executive Committee van de Sufi Order. Hij wordt daar voorgedragen (en aangenomen) als lid van het comité. Tot hij in 1930 uiteindelijk definitief zijn eigen weg gaat, zal hij steeds een zeer prominente plek innemen binnen de Internationale Soefi Beweging.

In juli bezoeken zowel Sirdar van Tuyll als Saida Willebeek Lemaire de korte en beperkte[ix] zomerbijeenkomst in het huis van Hazrat Inayat Khan in Wissous bij Parijs. Een half jaar later, februari 1922, zullen beiden trouwen. [x]

Van 1 tot 16 september bezoekt Hazrat Inayat Khan Nederland voor een tweede maal. Hij belandt, na aanvankelijke onduidelijkheid over tijdstip en plaats van aankomst, bij de familie van Goens van Beyma in Den Haag via een introductie van een nicht van de familie, die theosofe was. Inayat Khan heeft een week bij de familie gelogeerd. Op 18 november arriveerden de broers van Inayat Khan en  werden voor hen, Maheboob en Musharaff, huisconcerten georganiseerd op nummer 25. Dit is de start van een langdurige, innige en historische band tussen beide families. Zo zal Maheboob in 1924 in het huwelijk treden van Shadbi van Goens en zullen zowel Maheboob, Ali als Musharaff vele jaren in het huis aan de Frederik Hendriklaan wonen.

Uit de Sufi Quarterly van december van dit jaar:

“From September 1st  to September 16th  Pir-U-Murshid visited Holland for the second time. Though the time of the year was not favourable for public lectures, as the holidays were just over and public activities not yet fully started, the meetings were well attended by an audience of from sixty to two-hundred people, varying according to the different places.

There were also two lectures before private societies, one at Rotterdam at “De Rotterdamsche Kring,” and one at Amsterdam for the Society “Petrucci,” a circle which has as its object to make East and West better known to each other. Besides these, there were ten public lectures at the Hague, at Haarlem, at Amsterdam, at Nymigen and at Arnheim [xi]– One of the lectures at the Hague was given under the auspices of the “Brotherhood Federation,” one at Haarlem under those of the Theosophical Lodge, and at Nymegen under those of the Masonic Lodge of the Grand Orient. Several newspapers gave very good reports on the lectures!

“Van dat eerste bezoek van Hazrat Inayat Khan aan Arnhem weten we niet veel af (het was in januari 1921). Des te meer van het tweede in september van dat jaar. De Arnhemsche Courant berichtte op 8 september uitvoerig over twee goedbezochte lezingen in de Vrijmetselaarsloge aan de Rijnstraat 42 (nu ‘Theater aan de Rijn’). De onderwerpen waren ‘De dans van de ziel’ en ‘De roes van het leven’ en de inleiding werd verzorgd door mevrouw Tony de Ridder, de bekende schrijfster uit Oosterbeek.”[xii]

Mej. G.J.P de Recht (Geriat) zag Hazrat Inayat Khan voor het eerst in Den Haag tijdens een lezing op 2 september 1921. Hazrat Inayat Khan logeerde toen bij de familie Van Goens aan de Frederik Hendriklaan in Den Haag. Na afloop van de lezing ging Geriat mee naar de betreffende woning en maakte daar een silence mee, waarna Hazrat Inayat Khan vervolgens op zijn vina speelde. Een gebruik waar ook de heer Wegelin reeds melding van maakte. Ze werd op 12 september ingewijd en bezocht in juli 1922 voor het eerst de zomerschool in Suresnes. [xiii]

10 september. Nederland wordt een officiële afdeling van de Internationale Soefi Beweging. Charter hiertoe wordt verleend aan H.P. van Tuyll van Serooskerken.

In de Sufi Quarterly van december lezen we:

“A “Society in Holland” of the Sufi Order was formed’ and 1st National Executive Committee established, composed of three members: —Mr. Van Tuyll van Serooskerken as the Chairman, Mr. F. E. Farwerck as the Secretary, and Miss Kerkdijk as the Treasurer.” [xiv]

Op 18 november brengen de andere broers (Mohammed Ali Khan, Maheboob Khan en Musharaff Khan) een bezoek aan de familie Van Goens van Beyma. Het contact resulteert in 1924 in het huwelijk tussen Shaikh Khalif Maheboob Khan en Shadbiy Van Goens van Beyma. Deze dag wordt in de familiekring nog jaarlijks gevierd.

In zijn Biography zal Hazrat Inayat Khan over de Nederlanders schrijven:

“Ik vond een groot enthousiasme onder de werkers in Nederland en een speciale neiging om systematisch te werken. Mensen in Nederland zijn democratisch en staan open voor ideeën die hen aanspreken en zijn bereid deze via hun vriendenkring te verspreiden. Hoewel ze trots, streng en eigenzinnig zijn, bespeurde ik in hen een liefde voor spirituele idealen, die hen helder moeten worden voorgeschoteld. Ik vond de Nederlanders rechtstreeks, zeer geneigd naar religie, liefhebbers van rechtvaardigheid en zoekers naar waarheid. Zij hongeren naar kennis en zijn gastvrij en solide in vriendschap.”

[i] Ameen Carp vermeldt in zijn artikel ‘Hazrat Inayat Khan in Nederland’ (Soefi Gedachte, september 2010) dat Inayat Khan zijn eerste lezing in Arnhem gaf op 15 januari 1921. Gezien de diverse andere bronnen, die steeds spreken over 1-14 februari, lijkt dit onjuist te zijn.

[ii] In Zwitserland heeft Hazrat Inayat Khan sinds zijn verhuizing naar Frankrijk in 1920 regelmatig rondgereisd en gesproken. Een paar jaar later zou in Genève het Internationale Hoofdkwartier van de Soefi Beweging gevestigd worden

[iii] Smit – Kerbert Collectie nummer 90

[iv] Uit: 85 jaar Soefi Boodschap in Arnhem 1921 – 2006. Krishna de Caluwé en Jelal-ud-din van Lohuizen

[v] [Frans Eduard Farwerck (Amsterdam, 4 maart 1889Hilversum, 22 mei 1969) was een Nederlands nationaalsocialist. Farwerck, zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder, bezocht de driejarige HBS en de Openbare Handelsschool te Amsterdam. Hij voltooide zijn handelsopleiding in Duitsland, Engeland en Frankrijk. Hij was een welvarend tapijtenfabrikant te Hilversum, met als nevenfuncties onder meer: president-commissaris van het Hilversums Bankierskantoor als mede van Glasfabriek ‘Leerdam’. Ook was hij een van de stichters van het Goois Museum. In 1928 stond hij mede aan de wieg van de Rotary Club van Hilversum, waarvan hij de eerste penningmeester was. In deze kring ontmoette hij de latere NSB-redenaar ds. Gerrit van Duyl. Vanaf 1918 tot 1934 was Farwerck broeder-lid van de Vrijmetselarij, waar hij de functie van grootmeester van de Nationale Raad van de Nederlandse federatie Le Droit Humain uitoefende.
Nadat hij rond
1933 lid van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) was geworden, behoorde hij in de daarop volgende jaren tot de meest invloedrijke adviseurs van ir. A.A. Mussert, de leider van de NSB. In die periode bekleedde hij diverse functies bij de NSB, waarvan de belangrijkste die van propagandaleider was. Hij toonde zich een rustige, efficiënte en toegewijde propagandaleider.[1] In die beginjaren was hij na Mussert en Van Geelkerken de invloedrijkste NSB’er. Hij heeft zich bij Mussert overigens meermalen beklaagd over de antisemitische richting die de NSB insloeg, want dat beschouwde hij als bedreigend voor het ideologische streven van de NSB, alsmede negatief voor electoraal succes. Nadat mr. M.M. Rost van Tonningen in 1936 tot de NSB was toegetreden, zouden Farwerck en hij vijanden blijven. In juni 1936 werd Farwerck de leider van de groep Der Vaderen Erfdeel die zich speciaal interesseerde in het archeologische, Germaanse, verleden van Nederland. Deze groep gaf met ingang van 1936 het maandelijks verschijnend tijdschrift De wolfsangel uit. Aan Farwerck dankte de NSB het wolfsangel-symbool en de ‘volkse’ namen voor de maanden als louwmaand, wintermaand, enzovoort.
Toen er in de zomer van
1940 werd gesproken over de instelling van een Nederlandsche Kultuurraad was Farwerck een der beoogde leden. Zijn benoeming ging echter niet door, omdat hij in diezelfde periode uit de NSB werd geroyeerd wegens een vroeger lidmaatschap van de vrijmetselarij. Hij was reeds sinds 1934 geen officieel lid der Vrijmetselarij meer, maar in nationaalsocialistische ogen bleef zijn vroeger lidmaatschap bij de loge een niet uit te wissen smet op zijn blazoen. Nadat in augustus 1940 de SD zijn woning had doorzocht (vermoedelijk op instigatie van Rost van Tonningen) en een belastende brief had gevonden, kon Mussert niet anders dan hem te laten vallen.
Na de
Tweede Wereldoorlog publiceerde Farwerck nog enige boeken en tijdschriftartikelen over het Nederlands verleden, esoterie en Oosterse mystiek/occultisme.] (Bron: Wikipedia)

[vi] De eerste plaats was overigens Rotterdam, getuige de bijdrage van Saida van Tuyll in de SKC

[vii] Smit – Kerbert Collectie nummer 16.

[viii] We weten in ieder geval van Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Haarlem, Arnhem en Nijmegen.

[ix] Er waren Engelse en Nederlandse bezoekers, 8 in totaal.

[x] Artikel van Ameen Carp in de Soefi gedachte van maart 2009.

[xi] Murshid spreekt in Arnhem op 7 en 8 september (Bron: SG december 2006 pag. 34)

[xii] Uit: 85 jaar Soefi Boodschap in Arnhem 1921 – 2006. Krishna de Caluwé en Jelal-ud-din van Lohuizen

[xiii] Smit-Kerbert Collectie nummer 11.

[xiv] SQ December 1921